NL – Programma 2018, « Préludes à la Félicité »

Siegfried-Idyll van Richard Wagner (1813-1883)

Richard et Cosima Wagner by Fritz Luckhardt [Public domain], via Wikimedia Commons
In 1869 kregen Cosima, de natuurlijke dochter van Liszt, en Richard Wagner hun derde kind en eerste zoon, Siegfried. Cosima was toen nog steeds getrouwd met de beroemde dirigent Hans von Bülow, maar in 1870 was de scheiding eindelijk een feit en trouwde ze met Wagner. Zo kwam een einde aan een moeilijke, met schande overladen periode die enkele jaren daarvoor op een buiten in Starnberg zo idyllisch begonnen was, toen Wagner en Cosima ondanks hun beider echtelijke beslommeringen, definitief voor elkaar kozen. Dit was een keerpunt in Wagners leven; behalve het geluk hervond hij zijn scheppingskracht en hij begon te werken aan een stuk dat zijn gelukzaligheid zou weergeven. Het bleef echter bij een eerste aanzet en de invallen van deze Starnberg Idyll zou hij later gebruiken voor de Siegfried Idyll.

Deze Idyll schreef Wagner uiteindelijk in het jaar van hun huwelijk voor zijn vrouw, als dankbetoon voor het geluk dat hen met de geboorte van Siegfried ten deel was gevallen. Het stuk werd in het geheim ingestudeerd door de jonge Hans Richter, Wagners assistant.

Op de ochtend van de eerste kerstdag – Cosima’s verjaardag – werd het orkestje in het trappenhuis van de villa “Triebschen” bij Luzern opgesteld, en ontwaakte zij op de vredige muziek van deze serenade. Het stuk ademt dan ook een intiemere en transparantere sfeer dan de gelijknamige opera.
Daan Admiraal en Simon Verhaar


Lieder eines fahrenden Gesellen van Gustav Mahler (1860-1911)

Gustav Mahler Par Either Aimé Dupont’s (1842–1900)[1] wife, Madame Etta Greer, or their son Albert Dupont.[2] Photoprint copyrighted by the studio A. Dupont, N.Y.

Wenn mein Schatz Hochzeit macht
Ging heut’ Morgens übers Feld
Ich hab ein glühend Messer
Die zwei blauen Augen

Da wusst’ ich nicht, wie das Leben tut,
War alles, alles wieder gut!
Alles! Alles. Lieb’ und Leid
Und Welt und Traum !

 

 

‘Ik ben’, schreef Gustav Mahler, ‘drie keer dakloos: ik ben een inwoner van Bohemen in Oostenrijk, een Oostenrijker onder Duitsers en een Jood.’ Mahlers gevoel een buitenstaander te zijn, in combinatie met een grote intelligentie en zijn uitzonderlijke talent om zijn omgeving in muziek te verklanken, maakte hem een onrustig en zeer zelfkritische kunstenaar. Mahlers composities zijn dan ook werken met filosofische thema’s: liefde en haat, vreugde in het leven en angst voor de dood, de schoonheid van de natuur, onschuld en bittere ervaringen. Hij was een groot componist van liederen. In deze vorm distilleerde hij de essentie van de menselijke emoties en ontwikkelde en verrijkte hij zijn bijzondere melodische gaven.

In 1884 wordt Mahler hartstochtelijk verliefd op een jonge zangeres. Zij vormt een bron van inspiratie voor de liederencyclus Lieder eines fahrenden Gesellen. Het werk bestaat uit vier liederen voor mannenstem en orkest.

Ondanks de verliefdheid en de romantiek zet Mahler in het stuk een afspiegeling van de eenzaamheid neer die hij op dat moment ervoer. Het onderwerp lijkt verwant met de Winterreise van Schubert.

De meeste teksten voor deze ‘luchtige’ liederen zijn van Mahler zelf. Hij zou hierover geschreven hebben: ‘Hier laat zich de Boheemse muzikant horen, sentimenteel als hij het over zijn liefje heeft, maar zuiver in zijn verering van de natuur’. In het werk is de eenvoud van het dagelijkse boerenleven inderdaad duidelijk te horen.

Hoe gehecht Mahler aan de vier orkestliederen raakte, blijkt uit het feit dat hij thema’s uit het tweede en vierde lied gebruikte voor zijn Symfonie nr. 1, de Titan. Mahler zette met Fahrenden Gesellen direct de toon voor wat in de toekomst komen ging: het typische klagende Mahlergeluid vol volksliedthema’s, waar men in den beginne zo minachtend over zou gaan spreken.


Prélude à l’après-midi d’un faune van Claude Debussy (1862-1918)

 
Nijinsky dans l’Après-midi d’un faune (Ballets russes, Opéra) Par dalbera from Paris, France [CC BY 2.0 (http://creativecommons.org/licenses/by/2.0)%5D, via Wikimedia Commons
Op zijn 24ste keerde Debussy terug naar Parijs, na een verblijf van bijna twee jaar in Rome. Dat was een beloning voor het winnen van de Prix de Rome, maar de jonge componist onderging die tijd als een straf. Eenmaal weer in Parijs wierp hij zich in het kunstenaarsleven, vooral in literaire kringen. Debussy bezocht onder meer de mardi-avonden van de dichter Stéphane Mallarmé, ‘die in zijn huis, te midden van zijn bewonderaars, ijdel rokend, voor een grote porseleinen kachel, met een Schotse plaid om de schouders, zijn diepzinnige symbolistische theorieën ontvouwt’, schrijft Lucas Bunge in het boek Hartstochtelijk houd ik van muziek, waarin Debussy’s brieven gebundeld zijn.

Het symbolisme verzette zich tegen de groeiende nadruk op de dagelijkse werkelijkheid in de kunst. Mallarmé en zijn aanhang ging het juist om het ongrijpbare, het onderbewuste en het mysterieuze. Zijn gedicht L’Après-midi d’un faune is daar een duidelijk voorbeeld van: in de lome zomerzon geeft de bosgod zich over aan zijn droombeelden. De dichter liep rond 1890 met plannen rond om van dit gedicht een toneelversie te maken, en vroeg Debussy daar muziek bij te schrijven.

         ‘Zo licht, hun rozerood dat het verdwarrelt in het dicht
Gesluimer van de lucht. Een droom die ik beminde?’

Net als de woorden in het gedicht, glippen de noten van Debussy ons door de vingers. Mysterieus en tijdloos wiegt de muziek, alsof de grote wijzer van de tijd niet voortschrijdt, maar schommelt tussen één voor en één over twaalf.

Na de premièe schreef dirigent Gustave Doret : ‘Nadat de fluitist de openingsfrase had gespeeld voelde ik plotseling achter mij een publiek dat volledig in de ban van de muziek was. Het werd een volledige triomf en ik aarzelde dan ook niet om te breken met de regel dat er geen toegiften mogen worden gegeven: het zou, zo meende ik, heel lang duren voordat opnieuw een dergelijk meesterwerk zou worden gepresenteerd.’

‘Het is de fluit van de faun waarmee de muzikale kunst een nieuwe adem vond’, zei de moderne componist en dirigent Pierre Boulez. ‘Je kan zeggen dat de moderne muziek is begonnen met dit stuk.’

In het dromerige orkestwerk Prélude à l’après-midi d’un faune lijkt Debussy de tijd stil te zetten. Hoe hij dat doet is een raadsel. Maar telkens wanneer deze muziek wordt gespeeld voelt het publiek deze wonderachtige ‘félicité’.